Apenkooien is van school getrapt. Het leukste onderdeel van de gymles op de basisschool is tegenwoordig verboden. Want, stel je voor dat een leerling zich bezeert, die verantwoordelijkheid kunnen we niet nemen. Alles wat enigszins gevaarlijk is schrappen we. We bieden scholieren een wereld aan waarin alles veilig is. Een voorgevormde wereld zonder hindernissen.
Hetzelfde gebeurt in Rotterdam. Weg met het gevaar, op naar een veilig straatbeeld. Schoon schijnt veiligheid uit te stralen en minder aanstoot te geven tot criminaliteit. Op naar die schone veiligheid.
Weg zwerver, weg bedelaar, weg ‘fout’ geparkeerde fiets, weg graffiti, weg vuilniszak… Ho, stop. Eerst open die vuilniszak. Op zoek naar post met de adresgegevens van de dreigende crimineel, die deze vuilniszak een half uur te vroeg op straat heeft gezet. We gooien een boete door de brievenbus van deze terrorist. En gaan door met, nu dan toch, weg vuilniszak.
Schoon, de Rotterdammer kan weer veilig ademhalen. Maar schoon is schijn. En schijn bedriegt. Dus kunnen we echt wel veilig ademhalen?
Mijn apenkooi sentiment ontstaat in de gymzaal van de basisschool, in kindvriendelijk Capelle aan den IJssel. En speelt weer op als ik op mezelf ga wonen, in de Rotterdamse volksbuurt het Oude Noorden.
Op straat wordt ik dagelijks geconfronteerd met de bevolking. Dit zijn andere burgers dan ik gewend ben om tussen te wonen. Ik woon in de rotte appel van het Oude Noorden. Tussen bevolkingsgroepen waar je in de media veel negatieve en angstaanjagende verhalen over hoort. (Er wordt zelfs gewaarschuwd voor tsunami’s.) Zij halen me uit mijn vertrouwde wereld en plaatsen me in een overlevings wereld. Apenkooiend volg ik mijn weg door het Oude Noorden. Springen over ranzige opmerkingen, via het touw slingerend over straat, om billen knijpen te voorkomen. Met een omweg om de nare vragen heen, om er niet weer antwoord op te moeten geven. Of deze te negeren, waar het oordeel hoer achteraan vliegt.
Het Oude Noorden is de apenkooi, en het volk de grond die ik niet raken moet. Of ervaar ik het enkel zo? Tsja, als ik het zo ervaar, dan is het zo. Ik ben een beetje bang voor negatieve confrontaties, en dat straal ik uit. Waarop de dreigende hangjongen het effect van ‘stoer doen bij vrienden’ test.
Het went, het wordt zelfs spannend, en een uitdaging om over straat te gaan. Er gebeurt nog eens wat, ik maak wat mee en kom los uit de voorgespiegelde wereld. Ik woon er met plezier, maak een praatje met m’n turkse buurman, zeg gedag tegen mijn marokkaanse buurjongen, waarop zijn vrienden reageren, ‘Zó wie’s dat?’. Verbaasd dat een meisje hun vriend aanspreekt. Dat is tegen de regels, dat is niet volgens de routine. Hij moet mij aanspreken, ‘Hé psst, meisje meisje’ zeggen.
Ondanks de hindernissen en confrontaties geniet ik van mijn leefomgeving. Ik voel dat ik leef. Dat besef is heerlijk.
Het Oude Noorden, mijn lieve apenkooi, jij hebt mijn beide benen op de grond geplaatst.
Categorie: Rotterdam, veiligheid