Nee. Deze keer nu eens niet op het verleden, maar op de toekomst. Het project Wijkopbouw Hoogvliet, zo vernamen wij, heeft een toekomstvisie aangereikt gekregen door het Adviesbureau STROMING. Een blik vooruit op een toekomst, zo mooi, zo idyllisch en zo spannend dat we nu al verlangend uitzien naar, laten we zeggen, het jaar 2020. Dan ten tijde heeft de Oude Maas, met haar unieke status van zoet- en brakwater-getijdenrivier de belangrijke plaats in Hoogvliet ingenomen die haar toekomt.
Hieraan gingen jaren vooraf van telkens weer oplaaiende discussies. Kribben aanleggen of strekdammen? Dijken ophogen? Elk voordeel had zijn eigen nadeel, vooral na het rampjaar 2010, met op alle continenten hevige vulkaanerupties en bijbehorende stofwolken. Het wereldklimaat raakte ontregeld en tot overmaat van ramp, of daardoor, vond in dat jaar de grootste El Niño aller tijden plaats. Smeltende gletsjers en afkalvende ijsbergen veroorzaakten een verontrustende stijging van de zeespiegel. Als gevolg daarvan moest de Herikweg, onze populaire flaneerbaan met de twee kiosken en de Wilderniscafë’s worden prijsgegeven aan het vloedbos. De heftig protesterende bewoners van Park Vossendijk die unaniem geweigerd hadden om dure lieslaarzen aan te schaffen, kregen een bij het landschap passende loopbrug die vanaf de tweede verdieping loopt.
Overigens fluistert men dat kiosken en café’s een winstgevend tweede leven begonnen zijn (hoe zijn anders de spectaculaire prijsdalingen voor nederwiet en paddo’s te verklaren?). Maar aan roddels doen we niet, laten we stilstaan bij wat er wél bereikt is!
Op een mooie zondag in het jaar 2020 is de familie Cheung met hun kinderen en een paar vriendjes en vriendinnetjes halverwege de morgen aangekomen bij een leuk strandje dat zich tussen de kribben gevormd heeft. De meisjes blijven spelen aan de vloedlijn, de jongens gaan op verkenning uit. Niet te ver, want Ma spreidt het plastic picnickleed al uit over de bobbelige ondergrond. Ineens rent één van de meisjes gillend op haar af, met een nijdig pikkende steltloper op haar hielen. “Mei-mei, kindje, wat is er? Weer een visdiefje in je badpak?” Pa snuift minachtend. “Welnee mens, een steltlopertje.”
De rust keert weer; sandwiches, lempers en maanzaadkoekjes worden uitgestald en aarzelend slenteren ook de jongens naderbij. Pa snuift opnieuw en knijpt dan walgend zijn neus dicht.
“Wat stinkt er zo? Zijn jullie dat?” Vriendje Rashid grinnikt: “Harold heeft in de vleermuizenshit getrapt. Verderop, bij die holle boom, daar hangt een hele tros te slapen.”
Ineens gilt Ma: “Nee! Niet doen! Afblijven! O Fred, doe iets!” Een halfwas Hooglander trekt het plastic kleed onder de hapjes uit, de rest van de kudde, zeven, acht runderen die er zomaar opeens zijn, prefereert de hapjes. “Sukkels!” brult Pa. “Het is verboden om de Schotse Hooglanders te voederen. Straks krijgen we nog een boete ook!”
”Oh,” snikt kleine Pearl. “En ze gaan dood als ze plastic eten; dat heeft onze Juf zelf gezegd”!
Alles wordt ingepakt. De jongens maken zich nuttig met het wegjagen van de indringers en dat lukt maar al te goed: alles op haar weg vertrappend rent de kudde weg om pas (wijselijk) tot staan te komen voor de wildroosters bij het Hamburgerrestaurant. Mei-mei, eeuwig pechvogeltje, komt er met alleen een gebroken polsje nog goed vanaf.
Op hun weg naar het Ziekenhuis mopperen de ouders over de gezwollen Tijgeul: “Weet je, dat er alweer twee tuinen opgegeven zijn? Het zoutgehalte …” “En waarom ligt er nog steeds maar één rottig bruggetje over die pekelsloot? Ach, Mei-mei, stil maar kindje. Vlug naar het Ziekenhuis!”
Een uur later heeft Mei-mei mooi rose gips om haar armpje, beplakt met glanzende plaatjes van riviervleermuizen, runderen met grote horens en ringslangen. Ongeveer zo, kunnen we verwachten, verloopt een feestelijk dagje uit in het jaar 2020!