Caroline’s kijk op:

30 juli 2008 door Caroline

Nee. Deze keer nu eens niet op het verleden, maar op de toekomst. Het project Wijkopbouw Hoogvliet, zo vernamen wij, heeft een toekomstvisie aangereikt gekregen door het Adviesbureau STROMING. Een blik vooruit op een toekomst, zo mooi, zo idyllisch en zo spannend dat we nu al verlangend uitzien naar, laten we zeggen, het jaar 2020. Dan ten tijde heeft de Oude Maas, met haar unieke status van zoet- en brakwater-getijdenrivier de belangrijke plaats in Hoogvliet ingenomen die haar toekomt.
Hieraan gingen jaren vooraf van telkens weer oplaaiende discussies. Kribben aanleggen of strekdammen? Dijken ophogen? Elk voordeel had zijn eigen nadeel, vooral na het rampjaar 2010, met op alle continenten hevige vulkaanerupties en bijbehorende stofwolken. Het wereldklimaat raakte ontregeld en tot overmaat van ramp, of daardoor, vond in dat jaar de grootste El Niño aller tijden plaats. Smeltende gletsjers en afkalvende ijsbergen veroorzaakten een verontrustende stijging van de zeespiegel. Als gevolg daarvan moest de Herikweg, onze populaire flaneerbaan met de twee kiosken en de Wilderniscafë’s worden prijsgegeven aan het vloedbos. De heftig protesterende bewoners van Park Vossendijk die unaniem geweigerd hadden om dure lieslaarzen aan te schaffen, kregen een bij het landschap passende loopbrug die vanaf de tweede verdieping loopt.
Overigens fluistert men dat kiosken en café’s een winstgevend tweede leven begonnen zijn (hoe zijn anders de spectaculaire prijsdalingen voor nederwiet en paddo’s te verklaren?). Maar aan roddels doen we niet, laten we stilstaan bij wat er wél bereikt is!
Op een mooie zondag in het jaar 2020 is de familie Cheung met hun kinderen en een paar vriendjes en vriendinnetjes halverwege de morgen aangekomen bij een leuk strandje dat zich tussen de kribben gevormd heeft. De meisjes blijven spelen aan de vloedlijn, de jongens gaan op verkenning uit. Niet te ver, want Ma spreidt het plastic picnickleed al uit over de bobbelige ondergrond. Ineens rent één van de meisjes gillend op haar af, met een nijdig pikkende steltloper op haar hielen. “Mei-mei, kindje, wat is er? Weer een visdiefje in je badpak?” Pa snuift minachtend. “Welnee mens, een steltlopertje.”
De rust keert weer; sandwiches, lempers en maanzaadkoekjes worden uitgestald en aarzelend slenteren ook de jongens naderbij. Pa snuift opnieuw en knijpt dan walgend zijn neus dicht.
“Wat stinkt er zo? Zijn jullie dat?” Vriendje Rashid grinnikt: “Harold heeft in de vleermuizenshit getrapt. Verderop, bij die holle boom, daar hangt een hele tros te slapen.”
Ineens gilt Ma: “Nee! Niet doen! Afblijven! O Fred, doe iets!” Een halfwas Hooglander trekt het plastic kleed onder de hapjes uit, de rest van de kudde, zeven, acht runderen die er zomaar opeens zijn, prefereert de hapjes. “Sukkels!” brult Pa. “Het is verboden om de Schotse Hooglanders te voederen. Straks krijgen we nog een boete ook!”
”Oh,” snikt kleine Pearl. “En ze gaan dood als ze plastic eten; dat heeft onze Juf zelf gezegd”!
Alles wordt ingepakt. De jongens maken zich nuttig met het wegjagen van de indringers en dat lukt maar al te goed: alles op haar weg vertrappend rent de kudde weg om pas (wijselijk) tot staan te komen voor de wildroosters bij het Hamburgerrestaurant. Mei-mei, eeuwig pechvogeltje, komt er met alleen een gebroken polsje nog goed vanaf.
Op hun weg naar het Ziekenhuis mopperen de ouders over de gezwollen Tijgeul: “Weet je, dat er alweer twee tuinen opgegeven zijn? Het zoutgehalte …” “En waarom ligt er nog steeds maar één rottig bruggetje over die pekelsloot? Ach, Mei-mei, stil maar kindje. Vlug naar het Ziekenhuis!”
Een uur later heeft Mei-mei mooi rose gips om haar armpje, beplakt met glanzende plaatjes van riviervleermuizen, runderen met grote horens en ringslangen. Ongeveer zo, kunnen we verwachten, verloopt een feestelijk dagje uit in het jaar 2020!

Examen

27 juli 2008 door Marjolein

In Nederland zijn eindexamenkandidaten geluksvogels. Zij kunnen tijdens de toetsingsperiode aan het eind van hun middelbare schooltijd altijd een beroep doen op een heuse vakbond voor scholieren. Waar in Europa kom je dat nu tegen? Examenopgaven onduidelijk? Dubbelzinnigheden in een tekst? Krakende stoelen, wiebelende tafels, boerende surveillanten? Met klachten kan de kandidaat te allen tijde terecht bij het LAKS.
Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren springt dan meteen in de bres voor de gedupeerde leerling. Het bestuur neemt contact op met schooldirecties en examencommissies, wijst op gemaakte vergissingen, probeert normen te veranderen. Dit jaar onderhandelt het Komitee met de ‘grote’ bonden over de dreigende staking bij het streekvervoer. De buschauffeurs staken nu alleen buiten de spits om. De leerlingen kunnen gerust zijn, ze komen niet te laat op het examen. Je moet het in Nederland wel heel bont maken , wil je nog zakken voor je eindexamen.

Hoe anders ligt de zaak voor niet-genaturaliseerde examenkandidaten. Onze Russische vriendin heeft onlangs haar naturalisatietoets gedaan. Veel tijd om zich voor te bereiden had ze niet, want de examendata waren pas laat bekend. Aan het eind van de dag moest ze aantreden maar dat vond ze wel prettig, dan kon ze eerst nog even naar haar werk. Het examen duurde vier uur. De vaardigheden lezen, luisteren, schrijven en spreken werden achterelkaar getoetst met steeds vijf minuten pauze tussen de onderdelen. De kantine was gesloten en er was geen koffie- of frisautomaat. De verlichting in het lokaal knipperde en de luistertoets was slecht te verstaan. Maar een klacht indienen? Dat kwam niet in haar op. Bovendien kon het haar allemaal niet schelen, als ze maar geslaagd was.

Dat was ze niet. Haar spreekvaardigheid bleek niet voldoende. Verbazingwekkend vonden wij, want als ze iets kon, dan was het wel praten. In het Nederlands, ook al stoeide ze met de lidwoorden, vervoegde ze de werkwoorden niet en struikelde ze over de sch-klanken, Ze kon zich perfect redden. Toen haar man vorig jaar in het ziekenhuis lag met verbrijzelde voeten, overlegde zij met de specialist en de fysiotherapeut, regelde zij alle thuiszorg, uitkeringen en verzekeringen.
Ze kende de weg bij de Sociale Dienst, wist feilloos de juiste ambtenaren te tackelen. Meer ingeburgerd kan haast niet.

En nu is ze toch gezakt. De spreektoets was een examen met afbeeldingen op papier en vragen op een cassettebandje. De antwoorden moesten binnen een minuut ingesproken worden. Als je de plaatjes niet begreep, was je de klos.
Onze vriendin begreep veel plaatjes niet.
Toen ze haar examenbandjes wilde beluisteren om te horen waar ze de fout in was gegaan, bleek dat onmogelijk. Inzage in en beluisteren van gemaakte toetsen was niet toegestaan.
Over zes maanden mag ze in de herkansing, vijfenzeventig euro per onderdeel. Het paspoort weer op de lange baan. Voor haar springt niemand in de bres.

Huisbeveiliging

22 juli 2008 door Geneviève

Ruim een jaar staat de anti-inbraakstrip in de kast te wachten op zijn montagebeurt. Door mijn uitstelgedrag, zal dit wachten nog lang duren. Waarschijnlijk neem ik hem bij de volgende verhuizing ongebruikt mee. Als het mee zit zal hij daar zijn bestemming bereiken en het kwaad bestrijden tussen de deurpost en mijn voordeur.

Tijdens mijn wekelijkse google-surf-zondagochtend stuit ik via via op de Nuon huisbeveiliging site. Hier wordt mij de vraag gesteld, ‘Hoe veilig is uw huis?’ Ik vraag het me af. ‘Doe de test.’ Ik ben benieuwd. Met een klik op de button laat ik hem van start gaan.

‘Beantwoord de volgende 10 vragen en u weet binnen 2 minuten hoe veilig uw woning is.’

Snel beantwoord ik de multiple choice vragen. Waaruit blijkt dat ik in een etagewoning woon waar nooit is ingebroken. Ook bij mijn buren niet en in mijn buurt ken ik geen inbraakgevallen. Er gaat geen licht branden als iemand mijn woning nadert. Als ik niet thuis ben houden de buren een oogje in het zeil. Ik heb ooit waterschade geleden. Als ik ga slapen haal ik de stroom van mijn apparaten af. Ik heb geen dweil of waterbak onder mijn wasmachine, en geen beveiligingssysteem in huis.

‘Klik snel door voor de uitslag! Uw woning is onvoldoende beveiligd. Laat uw woning nalopen door een expert.’

Ik maak een afspraak, vier dagen later staat de adviseur op de stoep. Ik laat hem binnen en stel me voor als een alleenstaande angstige vrouw. Niet dat er bij me is ingebroken. Maar de verhalen van anderen en de berichten in het nieuws beangstigen me. Sindsdien voel ik me thuis onveilig. Ik wil in een veilig nest slapen, zonder nachtmerries. En ’s ochtends onbezorgd wakker worden.

‘Ik zie het al meteen, ons beveiligingssysteem kunnen we hier zo aansluiten. Daar plaatsen we de bewegingssensor’ hij wijst naar de hoek van mijn woonkamer. ‘Hier bij de voordeur komen twee magneetcontacten. En daar bij de stroomvoorziening plaatsen we de huiscentrale.’
Vervolgens legt hij me de werking van het systeem uit.
‘Mocht een indringer u dwingen het alarm uit te schakelen. Dan gebruikt u de fake-code. Deze schakelt hier het alarm uit, maar geeft direct een noodkreet af bij onze meldkamer.’
‘Maar deze methode kent een inbreker toch ook?’
‘Mevrouw, ik kan u verzekeren, een inbreker is op dat moment zenuwachtiger dan u. En denkt daar echt niet aan. En daarnaast, inbrekers in deze buurt zijn gewoon junkies.’
Hij loopt naar het raam. ‘Alleen maar junkies hier. Kijk daar’, hij wijst naar het hoopje glas van een ingetikt autoruitje. ‘Dat is het werk van een junkie!’

‘Jouw inbrekers zijn dus junkies. Geen professionals die je eerst twee weken lang volgen en observeren, zodat ze weten wanneer ze hun slag kunnen slaan. Die hebben het gemunt op mensen met veel geld of Rita Verdonk.’

Ik, in mijn kleine appartementje in het volkse Crooswijk, voel geen drang naar Nuon Huisbeveiliging. Ik zal mijn broertje eens vragen of hij die anti-inbraakstrip er op wil zetten.

hip

21 juli 2008 door kaleman

Weekend. Tijd voor een nieuwe outfit. Kritisch keur ik de kleding in iedere winkel. Wat wordt het deze week? Een baggy G-star, of toch een strakke Kuyichi? Een shirt van Energie? Nieuwe gympen? Nee, gympen heb ik vorige week nieuw, Converse, zwart. Die vervang ik volgende week weer.

Waar ik heen ga zijn mensen modebewust. Een verkeerd accessoire is dodelijk. Een meisje, twee weken geleden, had een gekleurd stiksel in haar shirt. Dat kan al zeker een maand niet meer. Ze wordt sindsdien door iedereen met de nek aangekeken.

Straks even naar de Apple-store. Mijn oude laptop past niet in mijn nieuwe tas. 2.75 cm dik. Stel dat mensen me daarmee zien. Dan loopt het met mij hetzelfde af als met dat meisje.

Over de juiste sigaretten hoef ik me niet meer druk te maken. Roken is al jaren geleden naar buiten verbannen. Sindsdien is dat not done. En nu het ook in de horeca verboden is, zijn zelfs de laatste rokers om.

Verhip, wat hoor ik nu? De NS past de vormgeving van het tijdschrift Rails aan. Het is te hip en avant-gardistisch. Het moet meer lijken op de Allerhande. Teleurgesteld hang ik mijn kleding weer terug in het rek. Al die hippe reizigers zullen vanaf nu ook wel wegblijven uit de trein. Doe ik al die moeite voor niets! Maandag pak ik de auto.

Verkassen

19 juli 2008 door juffertje

Hemden met opgestroopte mouwen – de stad en de dorpen aan de Rotte waren er bekend om. In Bergschenhoek, Bleiswijk en Zevenhuizen dragen ze die nog steeds. Toch zijn er enorme verschillen met ‘toen’.

Neem Bergschenhoek. Het dorp is tot VINEX-locatie gebombardeerd. Bovendien ging het samen met twee andere dorpen: de fusiegemeente Lansingerland. Telde het kleine dorp in 1990 7.500 inwoners, in 2015 moet de fusiegemeente er 74.000 hebben. Veel mensen verkassen de komende tijd dus nog naar een VINEX-woning. Groot, licht en modern ingericht. Zo’n kristallen paleisje is alleen te betalen door hard werken. Tweeverdieners werken ook om hun eigen personeel te betalen. Tuinarchitect en hovenier plempen iedere postzegel grond vol buxushaagjes, grind, een waterpartijtje en grote vazen. Op de millimeter nagemaakt van papier.

Ga je vanaf Rotterdam naar Lansingerland, dan zie je een glazen stad. In rap tempo komen de weilanden vol te staan met immense, hypermoderne kassen. Sparta zou er rustig een balletje kunnen trappen zonder glasschade, zo hoog en groot zijn ze. Bijna alles is geautomatiseerd. De ongeschoolde kaaskop en de moderne gastarbeider doen het handwerk. Blonde Bernadet, die ooit zonder diploma de school verliet, ent de tomatenplanten. Poolse arbeiders plukken paprika’s. Bulgaarse handen laden de fresia’s in de vrachtwagens voor de veiling.

Licht, temperatuur, luchtvochtigheid, bevruchting, groei, ziektes: de teler reguleert en controleert alles. Hij moet van steeds meer zaken verstand hebben. Zijn overall en klompen heeft hij verruild voor een managerspak en leren schoenen. In plaats van paprika’s bekijkt hij papieren. Moe van het denken, trekt hij zich ’s avonds terug op zijn terp. Daarop staat zijn grote villa, bij voorkeur wit met pilaren en een enorm balkon. Een elektronisch bediend hek, een hoge fontein in een gemanicuurd grasveld, enkele bonsaiboompjes, een brede trap die leidt naar dubbele voordeuren. Gelijk zijn kas, telt zijn huis veel ramen. En een dubbele garage voor de Porsche van meneer en de SUV voor mevrouw.

Van de week zag ik tijdens een fietstochtje bij zo’n moderne kas een lichtblauwe vlag hangen: “Hoera, een zoon”. Over een generatie neemt die kleine het werk over. Dan struint hij door een kas zo groot als twee voetbalvelden, met opgestroopte mouwen en een diploma van een academische studie in zijn achterzak.

“WIJ ZIJN VERKEERD BEZIG”

15 juli 2008 door Veerle

Dat zeggen verstandige Nederlanders op een aantal fronten. Een ervan behandel ik vandaag.

Ik maakte hier fouten, verkeersfouten, een aantal ernstige en een aantal gewone. De ernstige werden naar mijn gevoel, maar naar ik later ontdekte ook naar verkeersopvattingen, te zwaar bestraft. De gewone, ook buiten proportialiteit.

Als ik het goed heb is de gehanteerde verklaring de norm ‘no tolerance’ die ergens uit Europees streven zou voortkomen.

De echte verklaring zou zijn dat Nederland momenteel zware openbare werken te bekostigen heeft zoals de heraanleg van de Betuwelijn en de hoge snelheidstrein (HST).

Als studerende heb je sowieso een beperkt budget en als Belgische in Nederland voel je ook behoorlijk de hogere levensstandaard. Voor mijn Dordtse periode reed ik dagelijks van Antwerpen naar Rotterdam, 1 uur heen en op terugweg twee uur in de file, zodat ik ongeveer drie uur per dag in een auto zat. Natuurlijk maak je dan fouten met als eerste, de veiligheidsriem vergeten om te doen, als tweede, niet lang genoeg gewacht om huiswaarts te keren na een feestje. Ik had gevierd inwoner van Dordrecht te zijn geworden!

Later ondervond ik dat er, nader beschouwd, niets te vieren was geweest. Vanaf het tweede geval werd ik geviseerd. De politie zag me rijden en ik moest stoppen. Papieren en gordelcontrole. Inwoners van Dordt beginnen te trillen als ze politie zien. Ik ervoer dat allemaal niet als normaal. Een volgende keer kreeg ik te horen ”Wij vermoeden dat u gedronken hebt, wilt u even wachten en blazen”. Keer op keer zinloos maar het bleef duren.. Op een bepaald moment was ik zo brutaal om bij het begin van de uitspraak wij vermoeden…” te zeggen dat ze dan maar eens beter moesten oefenen. Het gevolg bleef niet uit. Ik werd daaropvolgend met smoesjes weggestuurd toen ik een aangifte wilde doen.

Mijn hoogleraar drukte het toevallig in een hoorcollege, een tijdje daarna, ongeveer als volgt uit: “Als boetes worden uitgeschreven of nagestreefd, niet met de bedoeling om de burger aan te moedigen normconform te blijven maar, om de begroting te doen kloppen, dan zijn we verkeerd bezig”. In gewone taal, zo zeggen het de mensen op straat, is Nederland een schrikbewind aan het voeren. Ze moeten de HST en de Betuwelijn kunnen financieren.

Vandaag zag ik weer parkeerwachters zoekend rondneuzen naar overtreders die misschien enkel even wat papieren ergens binnengooiden, en besloot het nu maar eens neer te schrijven.

Rotterdam fietst niet

11 juli 2008 door kaleman

Nieuwe en betere fietsroutes, een betere doorstroming voor de fiets, en meer ruimte om de fiets te stallen. Rotterdam heeft ambitieuze plannen om het fietsgebruik te bevorderen. Dat mag ook wel, want van de 400 straten met smerigste lucht liggen er 70 in Rotterdam. Geen enkele andere gemeente in Nederland heeft zoveel vieze straten.

Rotterdam fietst heet het actieplan van de gemeente. Stedelijke hoofdfietsroutes moeten zorgen voor directere verbindingen. Betere verkeerslichten moeten de wachttijden verkorten. En zelfs over de kleur van het asfalt is tot in de puntjes nagedacht. Fietsers worden in Rotterdam volledig in de watten gelegd.

Wie dagelijks naar het station fietst ervaart een hele andere realiteit. Rotterdam Centraal verwerkt iedere dag 110.000 reizigers. Volgens de gemeente reist 30% van de reizigers met de fiets naar het station. Een middelgroot station als Leiden heeft 7000 fietsenrekken. Rotterdam Centraal heeft er 2700.

Reizigers parkeren hun fiets noodgedwongen tussen de volle rekken. Diverse partijen hebben het probleem al aangekaart. De gemeente houdt vol dat er genoeg plek is, en blijft lukraak fietsen buiten de rekken weghalen. Niet alleen fietswrakken en gevaarlijk geplaatste fietsen moeten het ontgelden. Nee, geen enkele fiets is veilig voor de grijpgrage fietsenknippers van de gemeente. En dus kan de treinreiziger weinig anders dan enkele keren per jaar zijn eigen fiets terugkopen.

Hoe Rotterdam haar ambitieuze doelstellingen wil halen is onduidelijk. Het nieuwe station biedt met 5000 plekken weinig perspectief. Straks hebben we een heel esthetisch station, maar nog steeds te weinig fietsenrekken. Wellicht dat de gemeente nog een paar bejaarden kan bewegen om wat vaker met de Spartamet naar de Aldi te gaan. Maar daar zal het met het huidige wegknipbeleid wel bij blijven. Rotterdam heeft de mond en de beleidsplannen vol. Nu de realiteit nog.

Vernederd

7 juli 2008 door Caroline

Opa heeft twee enkels met een scheurtje waar gips omheen zit en oma lijdt aan de gevolgen van een besmetting met het varicellavirus. Aangezichtsverlmming. Bovendien is ze slapjes door een HB-gehalte van 5, waardoor ze zich doorlopend moe voelt en de grond onder haar voeten aanvoelt als een deinend scheepsdek.

Een dwarse kleindochter is komen logeren, deels voor straf, deels om af en toe een handje toe te steken. Ruim twee weken is ze voorbeeldig: heel beleefd voor haar doen en hulpvaardig. Ze doet boodschappen, met tegenzin, dat wel, Op die stomme fiets van oma wil ze niet. Kleindochter doet de boodschappen liever lopend. Gelukkig heeft haar vriend eveneens grootouders in Hoogvliet. Ze doen samen boodschappen, ze computeren en lopen van de ene grootmoeder naar de andere. Een vertederend, vijftienjarig stelletje.

J.l. donderdag staat kleindochter laat op, zoals gewoonlijk. Het regent een beetje en omdat ze jas noch vest heeft meegenomen stelt oma voor om even naar het winkelcentrum te gaan, waar Cool Cat uitverkoop houdt. Oma waarschuwt dat ze nog moeilijk loopt en stumperig doet op trapjes. “Erger je niet aan me, alsjeblieft. Na Cool Cat ga ik even uitrusten op een bankje en in die tussentijd kun jij even voor me naar AH.” Kleindochter vindt het best, zegt ze.

Bij Cool Cat maakt de muziek communiceren vrijwel onmogelijk. Kleindochter is de meeste tijd doende met haar mobieltje en elke keer als oma iets vraagt of zegt over een te passen kledingstuk, zegt kleindochter gebiedend: “Stil!” Nergens staat een stoel of bankje en terwijl kleindochter past hangt oma tegen een wandje of tafel. Ze loopt bijna de kassa voorbij omdat ze rondkijkt, wat haar op een snauw van kleindochter komt te staan. De mevrouw achter de kassa laat merken dat ze kleindochter onbeschoft vindt en oma niet krachtdadig genoeg. Goed bedoeld, maar oma wordt er de dupe van.

Buiten vindt oma gelukkig een bankje in de zon en kleindochter gaat de supermarkt binnen. Met een gezicht als een oorwurm komt ze na verloop van tijd naar buiten.

Ze wil niks meer! Ze loopt voor gek met die boodschappentas, beweert ze nijdig. Die gaat ze niet sjouwen want ze heeft al kramp in haar schouder en ze praat niet meer met oma en… Oma neemt de Cool Cat-tas in de ene hand, doet haar handtas erin en met de AH-tas in de andere hand slaat ze strompelend en wel de weg naar huis in. Om de tien meter stopt ze, verwisselt de ongelijke tassen en sukkelt verder. Ze geeft geen krimp, beklimt moeizaam het trapje naar de dijk en ziet kleindochter met een pesterig gezicht boven aan de trap op wacht staan.

Oma voelt zich vernederd maar houdt vol. Elke keer als ze stopt en de tassen van hand laat verwisselen ziet ze schuin rechtsachter de sportschoen van kleindochter, die nauwelijks een meter achter haar blijft lopen. Gebroken komt ze een half uur later thuis. Opa belt ex-schoondochter en eist dat kleindochter onmiddellijk opgehaald wordt. Oma krijgt een huilbui: kleindochter beschuldigt haar van misbruik, van gek doen onderweg en van geen rekening houden met haar: ze had nu eenmaal een chagrijnige bui vandaag. (sic!).

Later, bij het afscheid , is kleindochter, na de verwijten van moeder en stiefvader, ineens heel kleintjes en geeft opa en oma zelfs nog een knuffel. Dat oma dít zou doen had ze niet verwacht. “Soms hadden we het toch heel gezellig, hè?”, snift oma. Kleindochter knikt beschaamd. Pas als de auto de straat uitrijdt voelt oma hoe moe ze is. Nu, twee dagen later voelt haar lichaam nog steeds als na een flink pak slaag. Haar geest ook, trouwens.

Apenkooien

6 juli 2008 door Geneviève

Apenkooien is van school getrapt. Het leukste onderdeel van de gymles op de basisschool is tegenwoordig verboden. Want, stel je voor dat een leerling zich bezeert, die verantwoordelijkheid kunnen we niet nemen. Alles wat enigszins gevaarlijk is schrappen we. We bieden scholieren een wereld aan waarin alles veilig is. Een voorgevormde wereld zonder hindernissen.

Hetzelfde gebeurt in Rotterdam. Weg met het gevaar, op naar een veilig straatbeeld. Schoon schijnt veiligheid uit te stralen en minder aanstoot te geven tot criminaliteit. Op naar die schone veiligheid.
Weg zwerver, weg bedelaar, weg ‘fout’ geparkeerde fiets, weg graffiti, weg vuilniszak… Ho, stop. Eerst open die vuilniszak. Op zoek naar post met de adresgegevens van de dreigende crimineel, die deze vuilniszak een half uur te vroeg op straat heeft gezet. We gooien een boete door de brievenbus van deze terrorist. En gaan door met, nu dan toch, weg vuilniszak.

Schoon, de Rotterdammer kan weer veilig ademhalen. Maar schoon is schijn. En schijn bedriegt. Dus kunnen we echt wel veilig ademhalen?

Mijn apenkooi sentiment ontstaat in de gymzaal van de basisschool, in kindvriendelijk Capelle aan den IJssel. En speelt weer op als ik op mezelf ga wonen, in de Rotterdamse volksbuurt het Oude Noorden.

Op straat wordt ik dagelijks geconfronteerd met de bevolking. Dit zijn andere burgers dan ik gewend ben om tussen te wonen. Ik woon in de rotte appel van het Oude Noorden. Tussen bevolkingsgroepen waar je in de media veel negatieve en angstaanjagende verhalen over hoort. (Er wordt zelfs gewaarschuwd voor tsunami’s.) Zij halen me uit mijn vertrouwde wereld en plaatsen me in een overlevings wereld. Apenkooiend volg ik mijn weg door het Oude Noorden. Springen over ranzige opmerkingen, via het touw slingerend over straat, om billen knijpen te voorkomen. Met een omweg om de nare vragen heen, om er niet weer antwoord op te moeten geven. Of deze te negeren, waar het oordeel hoer achteraan vliegt.
Het Oude Noorden is de apenkooi, en het volk de grond die ik niet raken moet. Of ervaar ik het enkel zo? Tsja, als ik het zo ervaar, dan is het zo. Ik ben een beetje bang voor negatieve confrontaties, en dat straal ik uit. Waarop de dreigende hangjongen het effect van ‘stoer doen bij vrienden’ test.
Het went, het wordt zelfs spannend, en een uitdaging om over straat te gaan. Er gebeurt nog eens wat, ik maak wat mee en kom los uit de voorgespiegelde wereld. Ik woon er met plezier, maak een praatje met m’n turkse buurman, zeg gedag tegen mijn marokkaanse buurjongen, waarop zijn vrienden reageren, ‘Zó wie’s dat?’. Verbaasd dat een meisje hun vriend aanspreekt. Dat is tegen de regels, dat is niet volgens de routine. Hij moet mij aanspreken, ‘Hé psst, meisje meisje’ zeggen.

Ondanks de hindernissen en confrontaties geniet ik van mijn leefomgeving. Ik voel dat ik leef. Dat besef is heerlijk.

Het Oude Noorden, mijn lieve apenkooi, jij hebt mijn beide benen op de grond geplaatst.

Niet lopen dromen op een Nederlands voetpad

5 juli 2008 door Veerle

Toen ik pas was beland in een grote gemeente (lees groot dorp) van Nederland en over het voetpad liep, keek ik heel verbaasd op. Voorbijgangers, onbekenden, knikten en zegden goeiedag. Zowat iedereen dus. Dat doen Belgen nooit.

Eerst was dit aangenaam, zo vriendelijk! Mettertijd echter dacht ik daar anders over. Ik loop met name doorgaans te denken en te dromen op straat. Daardoor bemerk ik soms gewoon geen voetgangers op. Die dachten zelf dat ik hen negeerde of ontweek en dat nam men niet.

Het gedag zeggen werd opdringerig, verplicht. Ik keek dan uit mijn gepeins op en zag een kwaad gezicht.. Je moet er dus je gedachten bijhouden om telkens te letten op voorbijgangers die je niet mag vergeten te groeten, want dan ben je onbeleefd. Dat opletten vind ik dan weer inspanning. De eerste indruk van die gewoonte is dus helemaal weg. Hoe vriendelijk het ook lijkt, het werd een plicht en, ik loop liever te dromen op straat.